Voedingsadviezen bij een vochtbeperking van 1000 ml
Het lichaam bestaat voor ongeveer 2/3 deel uit water. Door te drinken en te eten neemt het lichaam vocht op. In een aantal gevallen zal het nodig zijn om het gebruik van de hoeveelheid vocht per dag te beperken. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij verminderde hart- nier- en leverfunctie. De arts bepaalt hoeveel vocht je per dag mag gebruiken. Drink niet minder, anders zou je kunnen uitdrogen.
Waarom moet je minder drinken?
Door minder zout en vocht te gebruiken, belast je je lichaam minder.
Drink je elke dag iets meer dan je uitplast? Dan kan je lichaam te veel vocht vasthouden. Je raakt dan overvuld. Drink je bijvoorbeeld elke dag twee glazen te veel? Dan kun je in één week al 2 liter extra vocht vasthouden.
Dit extra vocht moet ergens naartoe. De druk in je bloedvaten wordt hoger. Hierdoor komt vocht vanuit de bloedvaten in de weefsels terecht. Dit kan leiden tot:
- kortademigheid
- vermoeidheid
- vochtophoping in de weefsels (oedeem)
Medicijnen, zoals plastabletten, kunnen je dorstgevoel verstoren. Hierdoor kun je meer dorst krijgen. Ook te veel zout in je voeding kan ervoor zorgen dat je meer dorst krijgt. Daardoor neemt de kans toe dat je te veel drinkt.
Moet je minder drinken? Dan is het daarom ook belangrijk om minder zout te gebruiken.
Wat telt mee als vocht?
Bijna alle voedingsmiddelen bevatten vocht. Dranken zoals water, koffie, thee, vruchtensap, melk en frisdrank tellen mee.
Ook andere producten bevatten vocht, bijvoorbeeld:
- pap
- vla en yoghurt
- soep
- appelmoes
- fruit
Moet je minder vocht gebruiken? Tel dan ook het vocht uit deze producten mee. Een schaaltje vla of yoghurt bevat bijvoorbeeld al snel 150 ml vocht.
Hoe kun je minder drinken?
Deze tips kunnen helpen:
- gebruik een fles van 1 liter om je hoeveelheid vocht af te meten. Vul na gebruik je lege kopje, schaaltje of bord met water uit de fles. Giet dit water daarna weg. Zo zie je hoeveel vocht je die dag nog over hebt
- meet hoeveel er in je kopjes, glazen en schaaltjes past. Zo weet je hoeveel milliliter je gebruikt. Kies zo mogelijk klein servies. Drink bijvoorbeeld uit een koffiekopje in plaats van een grote mok of beker
- verdeel de toegestane hoeveelheid vocht goed over de dag. Zo voorkom je dat je ’s avonds niets meer mag drinken
- reken voor één portie fruit van 125 gram 100 ml vocht
- kauw je eten goed. Hierdoor krijg je minder snel een droge mond
- neem je medicijnen tijdens de maaltijd in plaats van apart met water. Dit kan bijvoorbeeld met vla, yoghurt of appelmoes
- heb je dorst? Zuig dan op een ijsklontje of zuurtje, gebruik kauwgom of neem een klein slokje water. Reken voor één ijsklontje 15 ml vocht
- verdeel gekoeld fruit in partjes of stukjes. Neem bij dorst een stukje
- drink met kleine slokjes of gebruik een rietje
- probeer tijdens de maaltijden niet te drinken
- kies smeerbaar beleg, zoals leverpastei, smeerkaas, jam of roerei. Hierdoor is je maaltijd minder droog
- gebruik zo min mogelijk zout en kies minder zoute voedingsmiddelen. Zout kan ervoor zorgen dat je meer dorst krijgt
Wat kan helpen tegen dorst?
Deze producten kunnen helpen bij dorst:
- zure melkproducten, zoals karnemelk en yoghurt
- fruit
- sportdranken zonder natrium
- water met citroensap
- limonadesiroop, verdund met veel water
- pepermunt of suikervrije kauwgom
- koffie en thee zonder melk en suiker
- zure, ongezoete vruchtensappen
- ijsklontjes, eventueel met een beetje citroensap
- bittere dranken
Ook je mond spoelen met water of je tanden poetsen kan helpen.
Waarvan kun je meer dorst krijgen?
Deze producten kunnen ervoor zorgen dat je meer dorst krijgt:
- zoete melkproducten, zoals vla, chocolademelk en drinkyoghurt
- gekruide gerechten
- zoete limonade
- drop
- koffie met melk en suiker
- consumptie-ijs
Verdeling van vocht over de dag
Je hebt een vochtbeperking van 1000 ml per dag. Je kunt dit bijvoorbeeld als volgt verdelen:
| Vochtverdeling | |
| Ontbijt | 150 ml (1 kopje) |
| In de loop van de ochtend | 100 ml (2/3 kopje) |
| Lunch | 150 ml (1 kopje) |
| In de loop van de middag | 100 ml (2/3 kopje) |
| Warme maaltijd | 150 ml (1 schaaltje nagerecht) |
| In de loop van de avond | 100 ml (2/3 kopje) |
| Water voor medicatie | 3 x 50 ml |
| Fruit | 100 ml (1 portie) |
| Totaal | 1000 ml |
Je kunt natuurlijk ook voor een andere verdeling kiezen.
Wanneer verlies je meer vocht?
Je verliest vocht via je huid door transpiratie, via je urine en ontlasting en via je ademhaling.
Bij diarree, braken, koorts of warm weer verlies je meer vocht. In deze situaties kan het nodig zijn om ondanks je vochtbeperking meer te drinken.
Overleg hierover zo nodig met je arts of verpleegkundige.
Zoutbeperking
Meer informatie over het zoutbeperkt dieet vind je in de folder Voedingsadviezen bij een zoutbeperking van Bernhoven. Vraag hiernaar bij je zorgverlener of kijk op de website van Bernhoven: www.bernhoven.nl.