Het gebruik van een tepelhoedje (couveuse- en kraamafdeling)
Je baby heeft moeite met drinken aan je borst. Een tepelhoedje kan helpen om je baby aan de borst te laten drinken. In deze folder lees je hoe je een tepelhoedje gebruikt. De informatie in deze folder bestaat uit algemene richtlijnen.
Borstvoeding is voor iedereen anders. Daarom is begeleiding door een lactatiekundige, verloskundige of (jeugdzorg)verpleegkundige aan te raden. Zij geeft advies dat past bij jou en je baby. De situatie kan per dag veranderen. Daarom kan het nodig zijn om adviezen snel aan te passen.
Wat is een tepelhoedje?
Een tepelhoedje is een dun en flexibel hulpmiddel van siliconen. Je plaatst het over je tepel. Je baby drinkt daarna via het tepelhoedje aan je borst.
Er zijn tepelhoedjes met een uitsparing en tepelhoedjes in de vorm van een vlinder. Door het open gedeelte blijft je baby tijdens het drinken in contact met jouw geur en huid.
Tepelhoedjes zijn er in verschillende maten: S, M en L. Welke maat geschikt is, hangt af van de grootte van je tepel en het mondje van je baby. Overleg welke maat voor jou en je baby het meest geschikt is.
Wanneer gebruik je een tepelhoedje?
Een tepelhoedje kan tijdelijk helpen als je baby moeite heeft om direct aan je borst te drinken. Gebruik een tepelhoedje in overleg met een (jeugdzorg)verpleegkundige, verloskundige of lactatiekundige.
Een tepelhoedje kan helpen:
- als het niet lukt om je baby aan de borst te krijgen, bijvoorbeeld bij ingetrokken of vlakke tepels
- als je baby na het aanhappen niet goed aan de borst kan blijven, bijvoorbeeld doordat je baby te vroeg geboren is of een zwakke zuigkracht heeft door een ziekte of syndroom
- als tijdelijke oplossing als het voeden pijn doet, bijvoorbeeld door pijnlijke tepels, tepelkloven of ernstige stuwing
Het heeft de voorkeur om een tepelhoedje te gaan gebruiken als de melkproductie goed op gang is. Dit is na de stuwingsdagen.
Hoe gebruik je een tepelhoedje?
- was je handen voordat je het tepelhoedje gebruikt
- masseer je borsten om het toeschieten van de moedermelk te stimuleren
- maak het tepelhoedje nat met warm water, zodat het beter aan je huid blijft zitten
- sla de randen naar buiten en plaats het tepelhoedje op je borst. Zorg dat je tepel precies in het midden zit
- gebruik je een tepelhoedje met een uitsparing? Zorg dan dat het open gedeelte bij het neusje van je baby zit
- klap de randen terug, zodat het tepelhoedje goed aansluit op je huid. Vaak wordt je tepel al een beetje in het tepelhoedje getrokken
- zorg dat je baby een grote hap maakt, net als bij drinken zonder tepelhoedje. Het tepelhoedje en zoveel mogelijk borstweefsel komen zo ver mogelijk in het mondje. De wangen van je baby zijn bol en de lippen zijn naar buiten gekruld
- let erop dat je baby het tepelhoedje niet plat knijpt met de kaken. Anders kan je tepel niet diep genoeg in het tepelhoedje worden gezogen en krijgt je baby minder melk
- spoel het tepelhoedje na iedere voeding goed schoon. Spoel het eerst met koud water en daarna met warm water. Droog het af met een hydrofiele luier of keukenpapier
- maak het tepelhoedje minstens één keer per dag goed schoon. Was het met het schuim van afwasmiddel en kook het daarna uit
- bewaar het tepelhoedje droog in een bewaardoosje in de koelkast. Maak ook het bewaardoosje iedere dag schoon
- vervang het tepelhoedje iedere zes weken
Zijn er nadelen?
Een tepelhoedje kan helpen bij het geven van borstvoeding. Er kunnen ook problemen ontstaan:
- door het tepelhoedje kan het langer duren voordat de melk begint te stromen. Soms neemt de melkproductie af
- je baby kan met een tepelhoedje de melk minder goed met de tong uit je borst masseren. Ook wordt de tepelhof minder geprikkeld
- je baby kan gewend raken aan het tepelhoedje. Het kan daardoor moeilijker worden om je baby weer direct aan de borst te laten drinken
Hierdoor kan je baby je borst minder goed leegdrinken. De melkproductie kan dan afnemen. Ook kan je baby minder goed groeien. Let daarom goed op of je baby genoeg melk binnenkrijgt.
Tijdens het gebruik van een tepelhoedje is het belangrijk om op het volgende te letten:
- het kan nodig zijn om naast het voeden aan de borst ook te kolven. Dit helpt om de melkproductie goed op gang te brengen of te houden. Je verloskundige of lactatiekundige vertelt je hoe vaak je moet kolven
- houd de groei van je baby iedere week in de gaten. Je kunt je baby bijvoorbeeld laten wegen op het consultatiebureau. Groeit je baby minder goed? Dan kunnen een paar dagen extra aanleggen of extra kolven helpen om de melkproductie, melkinname en groei te verbeteren
- masseer je borsten voor het voeden. Kolf met de hand alvast wat melk in het tepelhoedje en gebruik borstcompressie tijdens het drinken. Wordt je baby slaperig en slikt je baby minder actief? Wissel dan van borst. Door borstcompressie en het wisselen van borst blijft de melk beter stromen en krijgt je baby meer melk binnen
- probeer een voeding maximaal 45 minuten te laten duren. Dit is inclusief eventuele bijvoeding
- controleer na het voeden of je harde plekken of schijven in je borst voelt. Door het tepelhoedje kan je baby je borst minder goed leegdrinken. Warmte en het masseren van je borst tijdens het voeden kunnen helpen. Je kunt eventueel na het voeden kolven totdat je borsten soepel zijn. Dit kan problemen voorkomen
Hoe bouw je het tepelhoedje af?
Wil je je baby weer zonder tepelhoedje voeden? Laat je baby dan eerst een paar minuten goed met het tepelhoedje drinken. Haal daarna het tepelhoedje weg en probeer je baby opnieuw aan te leggen.
Lukt dit niet? Gebruik het tepelhoedje dan weer. Probeer van tijd tot tijd opnieuw of je baby zonder tepelhoedje wil en kan drinken.
Soms lukt dit beter als je baby half slaapt. Het kan ook helpen om samen met je baby in bad te gaan of huid-op-huidcontact te hebben.
Lukt het na een aantal weken nog niet om je baby zonder tepelhoedje aan te leggen? Laat dan een deskundige meekijken.
Voed je met een tepelhoedje en lukt het niet om het gebruik af te bouwen? Dan is voeden met een tepelhoedje beter dan helemaal geen borstvoeding geven.
Heb je vragen?
Heb je na het lezen van deze folder vragen? Neem dan contact op met de verpleegkundige, verloskundige of lactatiedeskundige.

