De insuline tolerantietest
Je krijgt een insulinetolerantietest. Met deze test onderzoekt de internist hoe goed je hypofyse je bijnieren aanstuurt. In deze folder lees je waarom je deze test krijgt, hoe je je voorbereidt en hoe de test verloopt.
Insulinetolerantietest
Je internist wil onderzoeken hoe goed je hypofyse je bijnieren aanstuurt. Hiervoor krijg je een insulinetolerantietest.
Je bijnieren maken cortisol. Dit wordt ook wel het stresshormoon genoemd. Cortisol is belangrijk om goed te kunnen functioneren. Vooral bij lichamelijke stress, zoals ziekte of een operatie.
De hypofyse stuurt de aanmaak van cortisol aan met het hormoon ACTH. ACTH stimuleert de bijnieren om cortisol te maken. Is de hypofyse beschadigd door een operatie, tumor of bestraling? Dan kan deze functie verstoord zijn.
Wat is de hypofyse?
De hypofyse is een belangrijke klier. Deze ligt in een holte onder in de schedel, vlak achter de neusbrug.
De hypofyse maakt hormonen. Met deze hormonen stuurt de hypofyse verschillende andere hormoonklieren in je lichaam aan.
Waarom krijg je een insulinetolerantietest?
Met deze test onderzoeken we of je hypofyse je bijnieren nog goed aanstuurt.
Tijdens de test krijg je insuline. Hierdoor daalt je bloedsuiker. Het doel is om je bloedsuiker te laten dalen tot onder 2 mmol/l. Je lichaam ervaart deze lage bloedsuiker als stress.
Normaal maakt de hypofyse dan veel ACTH aan. Hierdoor maken de bijnieren meer cortisol. Als de hypofyse beschadigd is, wordt er te weinig cortisol gemaakt.
Hoe bereid je je voor?
Je komt ’s ochtends nuchter naar het Ambulant Centrum. Je hoort vooraf hoe laat je wordt verwacht. Meestal is dit rond 08.00 uur.
Nuchter betekent dat je vanaf 24.00 uur op de avond voor de test:
- niet meer eet
- niet meer drinkt
- niet meer rookt
Je mag thuis je medicijnen innemen met een slokje water. Dit geldt niet voor hydrocortison of prednison.
Gebruik ook geen pufjes voor de longen of zalven waar corticosteroïden in zitten.
Twijfel je over je medicijnen? Bespreek dan vóór de test met je arts welke medicijnen je wel en niet mag gebruiken.
Hoe gaat de test?
Je krijgt een infuusnaald. Via deze naald kunnen we bloed afnemen en insuline geven.
Aan het begin van de test geeft de internist je insuline. De hoeveelheid insuline is je gewicht gedeeld door tien.
Daarna nemen we op verschillende momenten bloed af. In het bloed meten we je bloedsuiker en de hoeveelheid cortisol.
Soms meten we ook het groeihormoon. Dit hormoon kan ook uitvallen bij schade aan de hypofyse. Het groeihormoon komt ook vrij bij stress.
Tot twee uur na het geven van de insuline nemen we op verschillende momenten bloed af.
Daarna mag je eten en naar huis.
Welke klachten kun je krijgen?
Door de insuline daalt je bloedsuiker. Dit noemen we hypoglykemie. Je krijgt hierdoor waarschijnlijk klachten, zoals:
- trillen
- zweten
- bleek zien
- honger
- moeite met concentreren
Meestal kan je lichaam de lage bloedsuiker zelf opvangen.
Heb je het gevoel dat je gaat flauwvallen? Waarschuw dan de verpleegkundige. De verpleegkundige kan glucose via het infuus geven. Hierdoor voel je je snel weer beter.
Wanneer kan de test niet doorgaan?
In sommige situaties kan de insulinetolerantietest niet worden gedaan. Dit geldt voor patiënten met:
- epilepsie
- hart- en vaatziekten
De internist houdt hier rekening mee. Als de test voor jou niet geschikt is, stelt de internist een andere test voor.
Denk je dat een van deze situaties voor jou geldt? Of twijfel je of de test voor jou verstandig is? Laat dit dan zo snel mogelijk aan je internist weten.
Heb je nog vragen?
Heb je na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Interne Geneeskunde.
Telefoon: 0413 – 40 19 41